Vlaming verhuist vaker, maar blijft honkvast in eigen streek naar nieuws overzicht

07 April 2026

De klassieke Vlaming die zijn hele leven in hetzelfde huis blijft wonen? Die wordt stilaan zeldzaam. Vandaag woont nog maar 49 procent van de Vlamingen langer dan tien jaar op hetzelfde adres. Begin deze eeuw was dat nog ruim 54 procent. Tegelijk groeit een andere groep snel: de ‘snelle verhuizers’. Meer dan één op de drie Vlamingen woont nog geen zes jaar op dezelfde plek. Dat zegt iets over hoe we vandaag wonen én leven. Flexibeler, mobieler, maar niet noodzakelijk losser van onze omgeving.

Wie wil zien waar die mobiliteit het grootst is, moet naar de Brusselse rand. In gemeenten als Drogenbos, Wemmel, Zaventem, Kraainem en Machelen is het letterlijk een komen en gaan. Amper de helft van de inwoners blijft er tien jaar of langer, en meer dan een derde is na vijf jaar alweer weg. Daartegenover staan gemeenten als Poperinge of Kinrooi, waar meer dan driekwart van de inwoners al meer dan tien jaar blijft. Het contrast kan moeilijk groter zijn.

Ook in de centrumsteden ligt de woonduur laag. In Antwerpen, Leuven en Gent blijft slechts 35 à 36 procent van de inwoners langer dan tien jaar op hetzelfde adres. In specifieke wijken is het nog extremer. De Leuvense Vaartkom of het Antwerpse Eilandje functioneren bijna als tijdelijke hubs: jonge tweeverdieners, expats en singles passeren er, maar settelen er zelden definitief.

Wie koopt, blijft. Wie huurt, beweegt.
De verklaring is eigenlijk vrij rechttoe rechtaan. Eigenaars blijven. Huurders bewegen.

In landelijke gebieden en kleinere gemeenten ligt het aandeel eigenaars hoger. Wie koopt, investeert – financieel én emotioneel. Dat zorgt voor stabiliteit. In steden ligt dat anders. Daar wordt vaker gehuurd, en dus sneller verhuisd. Huurprijzen, jobwissels of een veranderende gezinssituatie: één trigger volstaat.

Het cliché van de “baksteen in de maag” klopt dus nog altijd. Alleen: hij zit vandaag iets losser.

Honkvast, maar niet honkgebonden
Toch is de Vlaming minder nomadisch dan het lijkt. Wie verhuist, blijft vaak dichtbij. Meer dan de helft van de verhuiswagens steekt de gemeentegrens niet eens over. We veranderen van huis, niet van streek. Nog opvallender: bijna 65 procent van de Vlamingen woont al meer dan tien jaar in dezelfde gemeente. Dat aandeel daalt wel (van bijna 74 procent in 2001), maar blijft hoog. De band met de eigen omgeving blijft dus sterk.

Als we dan toch verder verhuizen, is de richting duidelijk: rust, ruimte en groen. Gemeenten als Jabbeke, Oudenburg, Bierbeek, Tielt-Winge of Stekene winnen inwoners. Daar is het leven iets trager, de ruimte groter en de woning vaak betaalbaarder. De grote verliezers? Onder meer de Brusselse rand. Daar vertrekken meer Vlamingen dan er bijkomen. Maar daar zit een interessante paradox.

De leegte die Vlamingen achterlaten, wordt opgevuld door Brusselaars. In 2024 verhuisden bijna 28.000 inwoners van Brussel naar Vlaanderen, op zoek naar betaalbare woningen en een tuin. In de andere richting maakten minder dan 15.000 Vlamingen de overstap. De Vlaamse Rand, de kust en delen van Limburg profiteren het meest van die instroom.

Conclusie: beweging met een anker
De Vlaming is dus mobieler dan vroeger, maar tegelijk opvallend gehecht aan zijn omgeving. We verhuizen vaker, maar blijven dichtbij. We zoeken flexibiliteit, maar ook zekerheid. Of anders gezegd: de baksteen zit nog altijd in de maag – alleen verleggen we hem af en toe een paar straten verder.

Bronnen: HLN, Provincies in Cijfers en Statistiek Vlaanderen

Delen op

Jouw woning ook verkopen/verhuren? Contacteer ons